Partijen gaan in 2010 - onder de verplichting tot resultaat te komen
voor 1 januari 2011- met elkaar in gesprek over vergroting van inzetbaarheid
in bredere zin. Daarbij gaat het om vergroting van bekwaamheid, geoefendheid
en vitaliteit van medewerkers (leeftijdsfase bewust personeelsbeleid).
Daar tegenover staan ongewenste effecten op een flexibele inzet van medewerkers
in de bedrijfsvoering. De afspraak behelst op dit punt een inventarisatie van
deze ongewenste effecten en het wegnemen daarvan.
Onderwerpen voor deze inventarisatie zijn in ieder geval:
Ten aanzien van het regime nachtdienstontheffing zullen partijen actief
bevorderen dat medewerkers ouder dan 55 jaar zich vanuit de noodzaak
van vergroting van inzetbaarheid en solidariteit met jongere collega’s
op vrijwillige basis gaan inzetten voor nachtelijke diensten/consignatie,
desgewenst niet tussen vrijdagavond 23.00 uur en maandagochtend 07.00
uur. Zij hebben daarbij voor ogen dat 50% van hetgeen een politieambtenaar
gemiddeld op jaarbasis aan nachtdienst/consignatie draait, gehaald moet kunnen
worden.
Indien dit
onverhoopt niet gerealiseerd kan worden in de periode tot 2012 en partijen
in het kader van deze procesafspraak geen andersluidende afspraak hebben
gemaakt, wordt
vorenbedoelde intentie vanaf 2012 het wettelijke nachtdienstregime voor
medewerkers van 55 jaar en ouder.
Partijen ronden in het eerste kwartaal 2010 de resterende onderwerpen uit het traject Harmonisatie Arbeidsvoorwaarden Politie II af, waaronder de eenduidige toepassing door korpsen met betrekking tot de uitvoering van de RAP/sportuitoefening en de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden politietop. Bij dit laatste is het uitgangspunt dat de leden van de politietop een rechtvaardige beloning verdienen, afgezet tegen de zwaarte van de functie en de bijbehorende verantwoordelijkheden.