Korpsen worden verplicht tot het aanleveren van alle vacatures in hun korps bij het mobiliteitscentrum en tot aanlevering van de gegevens van (pre)-herplaatsingskandidaten om de begeleiding van werk naar werk te helpen realiseren. Daarbij zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij regionale korpsfaciliteiten. In overleg tussen partijen worden spelregels vastgesteld voor het creƫren van een landelijke voorrangspositie van herplaatsingskandidaten en voor het reguleren van de plaatsing op bovenregionaal niveau.
Tussen minister van BZK en bevoegde gezagen van korpsen en andere onderdelen van de Nederlandse politie wordt een convenant opgesteld om uitvoering te geven aan de positionering van de (pre-)herplaatsingskandidaten en de remplacantenregeling zoals afgesproken in het statuut. Tevens wordt hierin opgenomen dat het sociaal statuut geldt vanaf datum ondertekening