| datum: | 20-05-2011 |
|---|---|
| bron: | CAOP |
Van de leden van de Ondernemingsraden bij de overheid is 57 procent positief over de invloed van de Ondernemingsraad. Van de bestuurders is 65 procent dat. Competenties op het gebied van onderhandelen en strategisch handelen, een open overlegklimaat, gewicht van het overleg en een proactieve houding zijn de succesfactoren van een invloedrijke Ondernemingsraad. Dat blijkt uit het onderzoek 'Medezeggenschap bij de overheid' van het Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds voor de Rijksoverheid (A+O-fonds Rijk), het CAOP en het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO). Aanleiding voor het onderzoek is het vijftienjarig bestaan van de Wet op de ondernemingsraden bij de overheid. Onderzocht is of de invloedrijkheid de afgelopen twee jaar is veranderd. Ook is gekeken welke factoren de mate van invloed verminderen of verhogen.
Voorzitter A+O-fonds Rijk Jan Willem Dieten: 'De invloed van de Ondernemingsraad groeit als deze naast het controleren en toetsen van de voorstellen van de bestuurder ook de ruimte krijgt en neemt voor meer eigen initiatief. Zeker nu is dat hard nodig en wat mij betreft mag daar wel een tandje bij.'
Vijftien jaar WOR
De Wet op de ondernemingsraden (WOR, 1971) heeft in 1995 bij de overheid zijn intrede gedaan. Uit een onderzoek van het GBIO van twee jaar geleden bleek dat de Ondernemingsraad (OR) binnen de overheid zichzelf invloedrijker vindt dan in het bedrijfsleven. Ook nu scoort de invloed van de OR goed onder de 850 OR-leden, ambtelijk secretarissen en bestuurders bij de overheid die bij het onderzoek betrokken zijn geweest.
Sterke punten
De OR-leden zien hun eigen inhoudelijke deskundigheid als een sterk punt. Vooral op het gebied van personeelsbeleid en reorganisaties bezitten zij veel kennis. Ook zijn ze tevreden over de samenwerking binnen de OR.
Proactiever
OR'en hebben minder kennis van organisatiestrategie en fusies, iets dat in deze periode van bezuinigingen wel van pas kan komen. Ook kunnen OR'en proactiever optreden. De helft zegt te proberen beleidsontwikkelingen te beïnvloeden maar het aandeel OR-en dat samen met de bestuurder beleid ontwikkelt, ligt in werkelijkheid op 30 procent. Het aandeel dat zelf beleidsvoorstellen doet, ligt op 22 procent.
Verschillen in scores
OR-leden en bestuurders denken vrijwel hetzelfde over wat de sterke en zwakke competenties van de OR zijn. De enige echte grote verschillen in beleving betreffen het kunnen scheiden van hoofd- en bijzaken en het hebben van overzicht. De bestuurders zien die vaker als een zwakke competenties terwijl de OR-leden wel vinden dat het overleg over wezenlijke zaken gaat. De bestuurders vinden verder de houding van OR-leden iets vaker reactiever dan zij dat zelf vinden. En OR-leden zijn op hun beurt minder tevreden over het nakomen van afspraken door de bestuurder.
Politiek primaat
In het onderzoek is ook gekeken naar de invloed van het primaat van de politiek. Bij de overheid is de invloed van medezeggenschap in die zin wettelijk ingeperkt dat bij politieke besluiten de OR geen rol heeft. Het komt voor dat dit gebruikt wordt om de medezeggenschap te omzeilen maar over het algemeen wordt er pragmatisch mee omgegaan en zijn er toch manieren om de OR bij besluiten te betrekken.
Download
Onderzoeksrapport Medezeggenschap bij de overheid (pdf, 1.5 MB)